Voertuigcontrole

Tijdens het praktijkexamen kan de examinator een aantal vragen stellen over de auto.

Deze vragen gaan over onderstaande onder­werpen:

  1. In de auto
  2. Buiten de auto
  3. Onder de motorkap

In de auto

Lampjes en meters:

  1. Eerst contact maken (alle controle lampjes moeten gaan branden).
  2. Na een korte tijd doven er een aantal.
  3. blijft of gaat een geel waarschuwings­lampje branden, Ga zo snel mogelijk langs bij je garage om na te laten kijken wat het probleem is.
  4. Blijft of gaat een waar­schuwings­lampje rood branden, dan direct stoppen op een veilige plaats en contact op­nemen met de garage.

 

Ruitenwissers:

  1. Controle uitvoeren d.m.v. testen ruitensproeier.

 

Claxon:

  1. Om anderen te waarschuwen voor gevaar.

 

Verwarming en achterruitverwarming:

  1. Prettig klimaat.
  2. Ontwaseming ruiten.
  3. Achterruitverwarming voor ont­wasem­ing achterruit.

Instrumenten en bedieningsorganen:

 

  1. Ontgrendelingshandgreep motorkap.
  2. Lichtschakelaar /koplampverstelling /mist­lampen /mist­achter­licht /instru­menten­verlichting.
  3. Luchtrooster.
  4. Toerenteller.
  5. Temperatuurmeter.
  6. Brandstofmeter.
  7. Info-display.
  8. Snelheidsmeter.
  9. Richtingaanwijzer /lichtsignaal /dimlicht /groot licht /info-display.
  10. Cruise control.
  11. Claxon.
  12. Stuurbedieningsknoppen.
  13. Contactslot met stuurslot.
  14. Sensor voor elektronische airco.
  15. Info-display (infotainment-systeem)
  16. Alarmlichten
  17. Infotainment-systeem
  18. Klimaatregelsysteem